Normen en waarden.

We horen Vlamse imperialistische politici steeds praten over normen en waarden. Maar wat die normen en waarden dan concreet zijn daar blijven ze steevast het antwoord schuldig op.

Volgens ons zijn normen en waarden veel meer dan gezever over één of ander hoofddeksel en wij hebben er geen enkel probleem mee om te zeggen wat onze normen en waarden zijn.

Met de N-BB zijn we dan ook enorm dankbaar dat we kunnen verder bouwen op de rijke erfenis van grensverleggende Brabantse charters die in de middeleeuwen hun tijd ver vooruit waren. Met het uitroepen van allerhande vrijheden die van toepassing waren op iedereen en niet enkel op de toenmalige 1%.
Spraakmakende keures en charters zoals de keure van Kortenberg uit 1312 en het charter van de blijde inkomst uit 1356.
Ze bezorgen Brabant aldus een handvest, dat wel als een grondwet mag worden aanzien en zij riepen daarbij voor meer dan vier eeuwen de gewoonte in het leven, dat de nieuwe hertog bij zijn inhuldiging zich bij ede verbond de klaar-geformuleerde vrijheden van zijn onderdanen te eerbiedigen. Deze vrijheden waren een doorn in het oog voor de heren van de omliggende graafschappen. Ze waren een baken van verlichting eeuwen voor de eigenlijke verlichting. De Blijde Inkomst beperkte de macht van de vorst (de hertog van Brabant) door te stellen dat de hertog geen oorlog mocht voeren of belastingen mocht heffen zonder raadpleging en instemming van de steden en het gewest van Brabant. Het bevatte ook een ongehoorzaamheidsclausule die de onderdanen het recht gaf op verzet tegen de hertog van Brabant als deze zich niet aan de bepalingen van de Blijde Inkomst hield.

Op deze monumentale institutionele erfenis hebben wij het voorrecht verder te bouwen en blijven wij ons verbazen hoe de imperialistische Vlamse bezetter er steeds voor kiest om lijnrecht in te gaan tegen de vrijheden die in onze Brabantse charters gegeven wordt.

WAARDEN EN NORMEN

1. Vrijheid

De mens is vrij en de partij zal zich inzetten voor het beschermen van de individuele mens tegen het misbruik van staatsgezag, tegen de almacht van de transnationale ondernemingen, tegen de uitbuiting terwille van individueel profijt of winstbejag, tegen economische afhankelijkheid van het individu ten opzichte van ondernemingen en/of de overheid.
De partij verdedigt de vrijheid van meningsuiting, als eerste en belangrijkste beginsel van een democratische inrichting van de maatschappij. Daarbij horen ook – onder anderen – het recht van vereniging, de vrijheid van onderwijs, het recht van vergadering, de gewetensvrijheid, het recht om publiek zijn of haar mening kenbaar te maken, individueel of in groep en dus het recht op betogen en manifesteren en alle andere rechten en vrijheden zoals bepaald in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De partij zal in haar politieke actie ten minste de rechten en vrijheden, zoals gewaarborgd door het bij de wet van 13 mei 1955 bekrachtigd Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 en de in België van kracht zijnde protocollen bij dit Verdrag, alsook het zelfbeschikkingsrecht der volkeren in acht nemen en door haar diverse geledingen en verkozen mandatarissen in acht doen nemen.

2. Veiligheid

De overheid moet de rechten en vrijheden van elke burger respecteren, beschermen en uitbreiden en moet hun rechtszekerheid waarborgen. De partij meent dat de beste waarborgen voor de vrije mens de uitbreiding en verfijning van democratie zijn en de toepassing van de democratische principes op alle gebieden in de samenleving, inclusief de economie.

Ook het recht op veiligheid is essentieel voor de samenleving. De overheid moet dit recht op veiligheid aan alle burgers waarborgen. De nadruk moet hierbij liggen op de gebieden waar die veiligheid het meest in het gedrang komen, met name volksgezondheid, de klimaatcrisis, de mobiliteit, voedselveiligheid en vervuiling.

3. Subsidiariteit en een politiek in het algemeen belang

De samenleving moet worden ingericht met respect voor het subsidiariteitsbeginsel. Wat door een lager niveau efficiënter kan tot stand gebracht worden, mag niet aan een ver van de mens staande, naamloze autoriteit toevertrouwd worden. In die zin ziet de N-BB geen heil in het vervangen van de Belgische staat door een Vlaamse staat.
De N-BB is een voorstander van het doortrekken van dit principe en derhalve van de volledige autonomie voor alle provincies, regio’s, steden en zelfs dorpen, gemeentes en wijken die zelfstandigheid ambiëren. Ze ijvert voor een Federatie van Vrije Republieken om zaken van overkoepelend belang te reguleren.

De overheid en het politiek bestuur treden dus in principe actief en richtinggevend op. Ze zijn namelijk de directe uitdrukking van de wil van de bevolking en dienen die wil concreet gestalte te geven.

4. Solidariteit

Een menswaardige gemeenschap bestaat niet uit geïsoleerde individuen. De vrije mens is immers verankerd in de wezenskenmerken van zijn omgeving en van zijn cultuur. Solidariteit is de wisselwerking tussen de mens en die kleinere en grotere gemeenschappen waartoe hij behoort.

De vrije gemeenschap van burgers, die voldoende verbondenheid hebben met elkaar, op grond van culturele diversiteit of op grond van gemeenschappelijke belangen, is ter aanvulling van bestaande structuren, een sterke grondslag voor solidariteit met zij die daar nood aan hebben.
In een gezonde gemeenschap worden de uitwassen van de prestatiemaatschappij beteugeld. De overheid speelt hier, met respect voor het subsidiariteitsbeginsel, een weldoordachte rol.

Elke generatie maakt volwaardig deel uit van de gemeenschap.

5. Economie

Ter bescherming van de individuele en collectieve belangen in de gemeenschap, streeft het Brabants Belang naar een grote rol van het collectief in de economische ordening en dus naar democratische controle en gemeenschappelijk eigendom. Productie, distributie en handel dienen het algemeen belang, niet de winst van enkelen. Mobiliteit, transport en productie dienen georganiseerd te worden met enerzijds de individuele noodzaken en anderzijds de collectieve mogelijkheden en beperkingen in het achterhoofd.
De economische ontwikkeling dient gericht op de bevrijding van de mens: bevrijding van behoeftes, bevrijding van loonarbeid, bevrijding van afhankelijkheid, bevrijding van externe druk. Hoofddoel is aan ieder individu de mogelijkheden te bieden om zichzelf op alle vlakken te ontwikkelen en zich toe te leggen op wat essentieel is: communicatie en verbondenheid met anderen door cultuur, filosofie, kunst, media, fysiek contact, ontspanning, directe contacten en gemeenschappelijke ervaringen. Het moet de betrachting zijn de economie zo te organiseren dat de mens zich kan verheffen boven het huidige stadium van homo economicus tot homo ludens. De mens zal werken om te leven maar niet leven om te werken.

Op de invulling van de Vlamse waarden en normen zullen we nog even moeten wachten….

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag